Passend onderwijs

Waarom Passend onderwijs?

Hieronder worden kort de doelen van Passend onderwijs weergegegeven.
Wilt u meer weten?

Ga dan naar:
www.rsvbreda.nl (site van het samenwerkingsverband regio Breda en omstreken)
www.passendonderwijs.nl (site van het ministerie van Onderwijs, cultuur en wetenschap)
www.steunpuntpassendonderwijs.nl (site welke onderdeel is van 5010: Informatiepunt van ouders over onderwijs)

Passend onderwijs moet ervoor zorgen dat leerlingen in de toekomst een zo passend mogelijke plek in het onderwijs krijgen. Om de knelpunten in het huidige systeem aan te pakken, is een aantal doelen geformuleerd.

1. Zo passend mogelijk onderwijs en aanpakken onderwijsbeperking

De huidige landelijke indicatiestelling is sterk medisch gericht; een door de zorg geïndiceerde stoornis vormt een belangrijk onderdeel binnen de indicatiestelling. Door de afschaffing van de landelijke systematiek krijgen schoolbesturen meer ruimte om bij de toekenning van extra onderwijsondersteuning uit te gaan van de onderwijsbeperking van de leerling. De vraag die daarbij centraal staat, is: hoe kan deze onderwijsbeperking worden opgeheven? In de huidige situatie is het financieel lonend om op basis van een diagnose in de zorg een indicatie voor onderwijs aan te vragen. Deze prikkel vervalt in het nieuwe stelsel. De prikkels verschuiven naar efficiënt en transparant omgaan met de beschikbare middelen voor extra voorzieningen voor leerlingen die dat nodig hebben.

2. Leraren zijn beter toegerust

Goed onderwijs en goede extra ondersteuning van een leerling in de klas valt of staat met de leraar. Dat geldt ook voor passend onderwijs. De leraar staat er niet alleen voor: hij werkt samen met het team, de school en het samenwerkingsverband. Met passend onderwijs wordt geïnvesteerd in opbrengstgericht werken voor alle leerlingen én in de verdere ontwikkeling van leraren.

3. Minder bureaucratie

Het nieuwe systeem moet minder complex en bureaucratisch zijn dan het huidige. Dus geen lange indicatieprocedures, geen wachtlijsten, geen gescheiden circuits van lichte en zware ondersteuning en zo min mogelijk administratieve lasten voor de betrokkenen.

4. Budgettaire beheersbaarheid en transparantie

Het financiële systeem dat bij het nieuwe wettelijke kader hoort, moet transparant en beheersbaar zijn. Het moet duidelijk zijn waaraan de beschikbare middelen voor extra ondersteuning worden besteed. Ook de prikkels voor afwenteling van kosten van regulier naar speciaal onderwijs en van lichte ondersteuning naar zware ondersteuning moeten worden weggenomen.

5. Geen thuiszitters

Alle kinderen verdienen een plek in het onderwijs. De afgelopen jaren is gewerkt aan het terugdringen van de thuiszittersproblematiek, maar hiermee is nog onvoldoende geborgd dat er geen kinderen meer thuiszitten. Daarom is een belangrijk doel van passend onderwijs: een zo passend mogelijk onderwijsprogramma voor alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben in het onderwijs.

6. Afstemming met andere sectoren

De inzet van extra ondersteuning in het onderwijs moet beter worden afgestemd op de inzet vanuit andere sectoren in het jeugddomein, zoals de jeugdzorg, de Wmo-zorg en de arbeidsmarkt. Zowel de voorzieningen als de ondersteuning die een kind vanuit verschillende sectoren ontvangt, moeten beter op elkaar worden afgestemd.